Ethiek

Zoals in het vorige hoofdstuk al is besproken, verklaart Spinoza het bestaan vanuit de natuur. ‘Deus sive Narura’ : God ofwel Natuur. Niet uit een tweedelig bestaan van bovennatuur en natuur, zoals voor zijn tijd wel werd gedaan. In deze bovennatuur zou zich dan de ware werkelijkheid bevinden, vaak aangeduid met God. Volgens Spinoza is de Natuur de werkelijkheid, waar wij een deel van uitmaken en voorkomen in twee verschijningsvormen; uitgebreidheid en denken. Deze verschijningsvormen zijn twee van de talrijke attributen van God/Natuur.

Wat Spinoza ‘God’ noemt, is het eeuwige, onveranderlijke beginsel dat aan alles wat bestaat ten grondslag ligt. Voor Spinoza is God geen persoonlijke God, die vanuit de hemel het doen en laten van de mensen gadeslaat en bestuurt. Zo’n God is slechts een verzinsel.

Spinoza was ook een rationalist en verklaart de ethiek dan ook uit rationalistisch oogpunt; alleen de rede levert betrouwbare kennis op.. Volgens hem is ethiek het je op juiste wijze verhouden tot de Natuur. Het goede wordt niet bepaald door het morele oordeel van een ander, maar objectief, door de menselijke natuur. Morele vragen en antwoorden kunnen namelijk objectief gesteld worden volgens Spinoza. Als we de menselijke natuur zien zoals die werkelijk is, zien we in dat onze vrijheid en ons geluk één en hetzelfde zijn, en dat het goede leven voor de mens objectief bepaalbaar is en ook rationeel, dus met het verstand kan worden nagestreefd.

Onder ‘goed’ verstaat Spinoza dat, waarvan wij zeker weten dat het nuttig (utile) voor ons is. Onder ‘kwaad’ verstaat hij daarentegen dat, waarvan wij zeker weten dat het ons belemmert iets goeds te bereiken. Ofwel het ‘goede leven’ is het leven dat het ‘nuttigst/gunstigst’ is voor onze menselijke natuur. Het ‘slechte leven’ is het leven dat daarmee het meest in strijd is. Ondeugd en slechtheid moeten worden vermeden, niet omdat zij door God worden bestraft, maar omdat zij afwijken van de menselijke natuur en ons tot wanhoop brengen.

Naast het onderscheid tussen goed en kwaad, onderscheidt Spinoza ook de ‘actieve’ en ‘passieve’ mentale toestanden. ‘Bij sommige dingen handelt onze geest, andere echter ondergaat hij: voorzover hij namelijk adequate voostellingen heeft, handelt hij noodzakelijk, voorzover hij daarentegen inadequate voorstellingen heeft, lijdt hij noodzakelijk’. Het onderscheid tussen handelen en lijden is te verdelen in graden, en aangezien God de volledige en oorspronkelijke oorzaak van alles is, is hij de enige die handelt en niet ondergaat.

Men bevindt zich in een actieve toestand wanneer de mentale toestanden van binnenuit worden veroorzaakt, door het streven dat onze natuur vormt. In dit geval zijn wij zelf daarvan de oorzaak. Voorzover we daarentegen oorzaken van buitenaf ondergaan, zijn wij passief. Volgens Spinoza zijn wij dan slachtoffer van processen waarop we geen invloed uitoefenen. Dus een mens die is onderworpen aan zijn emoties is passief; lijdend, een mens die zijn emoties leidt en beheerst door het gebruik van zijn rede is actief. Zoals al eerder is vermeldt, verstaat Spinoza onder ethiek, het zich op de juiste wijze verhouden tot de Natuur. De mens is volgens hem ook een rationeel wezen en deze combinatie zorgt ervoor dat wij adequate voorstellingen bezitten, waardoor wij van een passieve toestand over gaan naar en actieve. De mens moet zijn rede tegenover zijn passies stellen, hier niet aan overgeven. Ofwel, de mens moet de rede leiding geven aan de hartstochten. Onze onmiddellijke verlangens en wensen moeten door ons verstand, dat de toekomst op langere termijn kan overzien, in goede banen geleid worden.

De natuur is redelijk en de mens volgt de natuur, hij handelt ‘goed’ als hij handelt naar zijn natuur. Kunnen we dan zeggen dat de mens daarom ook redelijk is, en als rationeel wezen een moreel goed wezen? Ik denk van niet, de mens handelt namelijk ook vaak irrationeel, geeft zich over aan zijn passies. Deze passies zijn ook een deel van de natuur, dus rationeel, en dan is bijvoorbeeld moorden ook rationeel. Dus het handelen naar je eigen natuur is volgens mij niet de juiste omschrijving van het goede. Daarnaast is de natuur ook niet altijd redelijk. Hoe zijn dan de doden te verklaren die het gevolg zijn van een aardbeving of vulkaanuitbarsting?