WAAROM WE DE NAAM "SPINOZA" VOOR ONZE LOGE GEKOZEN HEBBEN…

 

Wie is Spinoza :

 

Baruch (of Benedictus - roepnaam: Bento) de Spinoza werd op 24 september 1632 te Amsterdam geboren als zoon van de vermogende koopman Michael d'Espinoza en diens tweede vrouw Hanna Debora. Zijn beide ouders waren Portugal ontvlucht en maakten deel uit van de nieuwe joodse gemeenschap te Amsterdam.

Spinoza hoorde ongetwijfeld tot het kleine gezelschap van klassieke filosofen die gezichtsbepalend worden geacht voor de geschiedenis van het westerse denken. Terecht is hij de bekendste wijsgeer van
Nederlandse bodem. Zijn belangrijkste werk - dat pas na zijn overlijden (Den Haag, 21 februari 1677)verscheen - is de vijfdelige "Ethica" waarin we in grote lijnen de metafysica en de heilsleer van Spinoza aantreffen.

De filosofie van Spinoza leverde - ondanks het feit dat hij zich als vrij mens door de rede liet leiden en aldus het 17de eeuws kerkelijk en synagogaal establishment op zijn nek haalde - een doorslaggevende
bijdrage aan de ontwikkeling van de Verlichting.

"De mens die zich niet door zijn hartstochten laat leiden, maar door de rede, is een vrij mens"

Spinoza is trouwens één van de zeer weinige 17de of 18deeeuwse filosofen die nog steeds gelezen worden en die steeds opnieuw wetenschappers en kunstenaars beïnvloeden. De belangstelling voor zijn gedachtegoed is overigens met de aanvang van de 21ste eeuw bijzonder groot geworden. In zijn werk(en) heeft hij aldus ook voor de hedendaagse mens uiterst relevante levenslessen te bieden
die kunnen bijdragen tot het individu zelf en de samenleving.

 

Enkele facetten over het denken van Spinoza in relatie met momenten in de maçonnieke arbeid.

 

Ruwe Steen.

In de Vrijmetselarij is de noviet toegelaten tot een gezelschap zeer diverse individuen waarvan eenieder aan zijn eigen persoonlijkheidsstructuur werkt. Hij is toegelaten tot een genootschap waarin de leden streven naar harmonie des geestes en het zoeken wat hen vereent en trachten weg te nemen wat hen scheidt. Dus in de Vrijmetselarij gaat het om een "streven" naar perfectie en volmaaktheid in relatie tot zichzelf en de medemens. Dit is illusoir; elke vrijmetselaar weet dat! De "weg" die Spinoza ons wijst, zegt hij zelf, is slechts door héél weinigen succesvol te gaan. In de laatste zin van zijn "Ethica" schrijft hij: "Maar al het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam" ... Ernaar streven blijft de boodschap Ook in de Vrijmetselarij neemt het illusoire niet weg dat elke vrijmetselaar in ieder geval de intentie dient te hebben om te streven naar grotere volmaaktheid, anders is de metafoor van de ruwe steen zonder betekenis. Desbetreffend zag Spinoza ook in dat de kracht van de emoties vaak de rede buiten spel stelt. Spinoza's analyses van de affecten en zijn ideeën "hoe de rede in ons handelen zoveel mogelijk primaat te geven", zijn voor elke vrijmetselaar een bruikbare handleiding voor diens arbeid aan de ruwe steen.

Spinoza probeert niet om onze emoties te laten neutraliseren zoals de stoïcijnenen en de boedhisten dat tevergeefs propageerden. Spinoza probeert ons onze emoties te laten begrijpen én ze bewust te worden opdat we ook de emoties van onze medemensen kunnen begrijpen. Begrip is rede en met de rede kunnen we de emoties van onszelf en onze naasten beter hanteren.

 

God.

Voor Spinoza is God niet de wrekende, straffende, jaloerse en gewelddadige God~ maar ~ dragende-ultieme grond van Alles en dat Alles is in Hem. Spinoza zegt bewust :"Alles is in God" en niet: "God is in Alles". Er is bij hem dus geen sprake van pantheïsme, want dan zou je "God of de natuur" kunnen omdraaien tot de "natuur of God" (dan is de natuur God ... )

God is bij Spinoza een niet te verwoorden "méér" dan de natuur!

Zijn hele "Ethica" is ook doortrokken van een godsbesef dat het schrappen van het woord God niet toelaat. Voor hem is God transcendent ten aanzien van de natuur, het universum in de zin van het
geh
eel of de verzameling van alle dingen (= "Deus sive natura-concept").God is voor hem de eeuwige of vaststaande noodwendigheid. Bij Spinoza is er dan ook in zekere zin sprake van een Opperbouwmeester des Heelals; God die gezien kan worden als een (of de) bron van een zich wetmatig en causaal openbarende energie; ais het hoogste beginsel voor de scheppende kracht.

De mens die dit energetisch principe kent en hanteert is waarlijk vrij (dixit Spinoza).
Precies
hierop is ook de inwijding in de Vrijmetselarij gebaseerd !

De initiatie maakt de ingewijde vrij van profane bindingen door hem het geestelijk licht van de (broeder)liefde te openbaren.

 

Achtbare Meester

In de Vrijmetselarij is de Achtbare Meester de symbolische representatie van het hoogste goede, als diegene die de weg van wijsheid gegaan is, van het westen naar het oosten. Dit raakt aan de visie van
Spinoza op koning Salomo in wie hij de enige -in het Oude Testament- zag die in overeenstemming met de rede over God gesproken had en die in natuurlijk licht al zijn tijdgenoten overtrof.

 

Broederketen

Het sluitstuk van het inwijdingsrituaaL Een formulering desbetreffend (dit verschilt nogal volgens de ritus) luidt dat de broederketen het symbool is van de eeuwige samenhang en de eenheid in het heelal.
Eeuwigheid, samenhang, eenheid, heelal.

Dit zijn begrippen die eveneens in het spinozistisch denken een belangrijke plaats innemen. Maar ook de plaats van de individuele vrijmetselaar in die keten kan spinozistisch geduid worden. Hij staat in de tempelruimte in een kring, als in een keten aaneengeschakeld. Elke schakel wordt belichaamd door de rationele mens die idealiter beseft dat zijn drang tot voortzetting en optimalisering van zijn bestaan in hoge mate afhangt van diezelfde oerdrift in zijn medemens. Hij weet dat ook de ander ruimte eist om in zijn bestaan te kunnen volharden. Dat nastreven van eigenbelang dat op de rede gebaseerd is, is geen plat egoïsme maar ware toewijding aan zichzelf.

In deze geest staat hij van aangezicht tot aangezicht met de christelijke naastenliefde. Alleen: hij cijfert zichzelf niet weg ten behoeve van de ander, zoals sommige christenen pogen te doen, maar hij optimaliseert zijn eigenbelang ten behoeve van zichzelf EN de naaste. Spinoza heeft gezegd: voor de rationele mens is niets nuttiger dan de rationele mens. Hij zei: de vrije mens, bewogen door de rede, streeft ernaar anderen te helpen en door vriendschap aan zich te binden, Deze mens, die broeder in de keten bezit potentieel de vier kardinale deugden (justitia, temperantia, prudentia en fortitudo) en wel uit puur eigenbelang. In wezen is óók de christelijke naastenliefde niets anders dan een rationele bijdrage aan de voortzetting van je eigen bestaan.

 

De overtuiging dat het denken van de 17deeeuwse filosoof Baruch Spinoza de reguliere vrijmetselaar van vandaag iets te zeggen heeft en voor vele vrijmetselaars vandaag en in de toekomst een bron van
inspiratie kan zijn, heeft ons aangezet om aan onze Broederkring en toekomstige Loge in het Oosten Oostende de naam "Spinoza" toe te tekennen.

 

Bronnen:

w. van Bunge, De "moderniteit" van Spinoze, in Thotn, eo= jrg. ,2009, nr. 1/2, pp. 16 - 33.

T. de Kok, De Vrijmetselarij in het licht van Spinoza, in Thoth, eo= jrg. ,2009, nr. 1/2, pp. 47-68.

J. Temmerman, Over tempelarbeid, symboliek en koning Salomo - Raakvlakken tussen het denken van Spinoza en de vrijmetselarij, in Thoth, eo= jrg. , 2009, nr. 1/2 , pp, 69 - 76.

P. Steenbakkers, Benedictus de Spinoza (1633-1677) - Een overzicht, in Filosofie, jrg. 9, nr. 6, pp. 4-14.